Nieuwsblad van het Noorden, 16 september 1986

Aardgas is vluchtig en dat zijn uiteindelijk ook de baten gebleken, die de staat er jaarlijks uit putte: de aardgasopbrengsten dalen volgend jaar met 12,6 miljard gulden. In plaats van dik 21 miljard (dit jaar) draagt het aardgas in 1987 nog slechts 8,6 miljard gulden bij in de schatkist, waarmee de staat in één klap acht procent van zijn totale ontvangsten kwijtraakt.

Geen wonder dus, dat 'de aardgasproblematiek' als een soort van grauwsluier over vrijwel elke bladzijde van de Miljoenennota heen ligt. Ondanks de redelijk goede vooruitzichten voor 's lands economie zijn de vandaag verschenen (goeddeels overigens al 'uitgelekte') regeringsvoornemens niet iets om vrolijk van te worden. Het kabinet laat de lasten voor de burger opnieuw stijgen. Terwijl ze eigenlijk omlaag moeten, zo meent zelfs minister dr. Onno Ruding (Financiën). Maar door een noodlottige samenloop van de contractmatige (dus voorspelbare!) vermindering van de gasexport en de gedaalde energieprijzen, is het gat in de begroting dermate omvangrijk geworden, dat het niet lukt, het te dichten met alleen een vermindering van de overheidsuitgaven.

Van de ruwweg twaalf miljard gulden aan ombuigingen komt slechts 5,4 miljard tot stand via de enig juiste weg van het rode potlood. De rest, 6,8 miljard gulden, moeten de burgers en het bedrijfsleven ophoesten in de vorm van onder meer hogere btw-tarieven en extra accijnsheffingen op aardolieproducten, terwijl het aardgas voor de gezinnen minder in prijs daalt dan gekund zou hebben. Dat er per saldo toch nog een bescheiden koopkrachtverbetering uit de bus komt, heeft in belangrijke mate te maken met de conjunctuur, die wordt gekenmerkt door een superlage inflatie. Het is zelfs niet uitgesloten, dat de prijzen het volgend jaar door de bank genomen dalen in plaats van stijgen.

Tweede maal
Los van dit economische meevallertje, als gevolg waarvan de particuliere consumptie 2,5 procent toeneemt, worden de burgers dus in zekere zin voor de tweede maal de dupe van de Sinterklaas-politiek van opeenvolgende kabinetten, die dankzij het aardgas altijd veel verder hebben gesprongen dan de financiële polsstok lang was. Eerst was het Nederlandse volk de dupe, doordat het gas, waaruit de afgelopen jaren een steeds belangrijker deel van de overheidsuitgaven werd betaald, peperduur was en nu dan doordat die uitgaven als gevolg van de verminderde opbrengsten van dat zelfde gas niet meer betaald kunnen worden. Het tijdperk van de aardgasverslaving, zoals Ruding het in een mondelinge toelichting op de Miljoenennota zo treffend uitdrukte, is weliswaar voorbij met de erkenning, dat ‚Slochteren’ in wezen toch geen structurele bron van staatsinkomsten was, terwijl het geld al die jaren wel ten onrechte als zodanig is besteed, maar het verzetten van de bakens veroorzaakt de komende jaren nog veel financiële pijn. Op het verlagen van de lasten, hoe wenselijk ook, hoeven we, tussen de regels doorlezend en -luisterend, dan ook nog niet te rekenen, ook al probeert Ruding verwarring te stichten door vaag te suggereren, dat „het na 1987 misschien wel mogelijk is, althans opnieuw bekeken zal worden, maar het moet dan wel eerst worden verdiend". Mooi ben je!

Schuld
Niet alleen het jarenlang consumptief gebruiken van de aardgascentjes heeft geleid tot de torenhoge staatsuitgaven. Nog veel bedreigender is de gigantische groei van de staatsschuld. Die bedraagt 250 miljard gulden en zal aan het eind van de eeuw al zijn opgelopen tot 500 miljard. En dat dan ook nog op de stringente voorwaarde, dat het kabinet Lubbers-II er overeenkomstig het regeerakkoord in slaagt het financieringstekort in 1990 terug te brengen tot net even boven de vijf procent van het nationaal inkomen, waarna het vervolgens moet doordalen met een half procent per jaar. Lukt dat niet, als gevolg waarvan het rijk steeds meer zal moeten lenen, dan loopt die staatsschuld nog verder op. Met dramatische consekwenties, als gevolg van de jaarlijkse uitgaven aan rente en aflossing.

Nu al is het betalen van rente en aflossing de 'belangrijkste staatsactiviteit' geworden, zegt Ruding niet zonder cynisme. Volgend jaar moet Nederland 35 miljard gulden aan rente en aflossing betalen. Daarmee torent onze Nationale Schuld, wat de jaarlijkse lasten betreft, ver uit boven de onderwijsbegroting, die volgend jaar 27 miljard gulden vraagt. Het is maar om even de gedachten te bepalen.

Bij al deze somberheid, die regelrecht verband houdt met de spilzucht van regeringen, mag echter niet worden vergeten, dat het met de economie wereldwijd en in eigen land ook volgend jaar beter gaat. Al wordt het onderhand natuurlijk een pikante vraag of dat ondanks of dankzij het no nonsense beleid van de ploegen Lubbers I en II zo is.